Van alles over Schwarzwalder klokken

Deze pagina is nog in bewerking



De volgende bijeenkomst van de Schwarzwaldergroep is op 29 oktober 2022



Schwarzwaldergroep in oprichting

Op zaterdag 21 mei 2022 vond de eerste bijeenkomst plaats (zie verslag hieronder)


Hoewel het aantal leden dat reageerde op het initiatief om een Schwarzwaldergroep op te richten nog gering is, kan toch al gesproken worden van een Schwarzwaldergroep. Of Schwarzwalderklokkengroep zo u wilt, maar dat is een nogal lange naam. De pandemie heeft de start niet gemakkelijker gemaakt maar we gaan zeker door.
Bij ‘Schwarzwalder klok’ denken we in de eerste plaats aan een appelklok; vaak ook aangeduid als ‘rozenklok’. In de Heimat ‘Lackschilduhr’.
Eén van de bijzondere aspecten van de Schwarzwalder klokken is de schier eindeloze variatie, vooral in uiterlijk. Daarnaast werden op kleine schaal klokken gebouwd met bijzondere mechanieken zoals bijvoorbeeld astronomische klokken en Flötenuhren.
Algemeen kenmerk is het houten frame met dito platines. Hoewel … klokken met geheel metalen uurwerk werden ook al lang gebouwd in het Zwarte Woud terwijl bijvoorbeeld Kienzle nog klokken met houten platines bouwde tijdens het tweede kwart van de twintigste eeuw.
Gedurende de tweede helft van de negentiende eeuw kregen de traditionele in kleine bedrijfjes gebouwde Schwarzwalders concurrentie van binnenuit in de vorm van industrieel vervaardigde klokken. Naast nieuw gevestigde fabrieken waren er ook traditioneel werkende bedrijven die moderniseerden en aldus de concurrentie probeerden te weerstaan. Een scherpe grens tussen ‘traditionele’ en ‘industriële’ Schwarzwalders is daardoor moeilijk te trekken.
Allemaal Schwarzwalder klokken dus en het belangrijkste criterium is dan ook of u iets over uw klok kunt vertellen of daar juist iets over te vragen hebt.

Plannen voor activiteiten zijn er genoeg. Evenals bij andere groepen is het uitgangspunt het uitwisselen van kennis. Daartoe zullen tweemaal per jaar bijeenkomsten worden georganiseerd.

Naast de gebruikelijke onderwerpen denken we aan onderwerpen die specifiek zijn voor Schwarzwalders, bijvoorbeeld lakschilden, fluiten zoals toegepast in Flötenuhr en koekoeksklok, hout en houtbewerking. Een aantal onderwerpen zou in de vorm van workshops gegeven kunnen worden.

Het verbussen van een Schwarzwalder is meestal eenvoudiger dan dat van een uurwerk met metalen platines. Maar kiezen we dan voor gedraaide busjes of voor busjes van getrokken pijp, zoals de oorspronkelijke? Daarom willen we ook aandacht besteden aan aspecten die niet aan een specifiek type klokken zijn voorbehouden, zoals bijvoorbeeld restauratiefilosofie: kiezen we voor een restauratie naar een staat ‘zo goed als nieuw’ of kiezen we voor een ‘geleefde’ klok?

Ook zal er gelegenheid zijn om klokken, onderdelen of diensten aan te bieden of te vragen.

In de aanloopfase zal het nog niet mogelijk zijn specialisten uit te nodigen, maar hopelijk kan dat in de toekomst. Mocht u zelf een lezing willen verzorgen, dan bent u daartoe bij deze uitgenodigd.

Nico Jurgens

njurgens@xs4all.nl



Verslag eerste bijeenkomst van de Schwarzwalder klokkengroep

De Schwarzwalder klokkengroep maakte op 21 mei een waardige start. Weliswaar was het aantal deelnemers nog niet erg groot, maar het enthousiasme was er niet minder om. In de inleiding werd de ontwikkeling van de klokken uit dit gebied globaal uiteengezet door Nico Jurgens. Kenmerkend zijn meestal het gebruik van veel hout en een grote variatie in uitvoeringen. Door de lage prijzen werd de aanschaf van een klok voor iedereen bereikbaar.

Vervolgens hield Renate Postma (GoedRestaureren) een voordracht over het restaureren van wijzerplaten (‘lakschilden’). Dit onderwerp was midden in de roos, want door de kwetsbaarheid van deze wijzerplaten zijn er veel verloren gegaan. Als je dus een complete ‘appelklok’ hebt, dan is het zaak om zuinig te zijn op de wijzerplaat, ook als die er niet zo florissant meer uitziet. Renate streeft naar restauraties waarbij de storende beschadigingen hersteld zijn, maar de wijzerplaat zijn oude uitstraling behoudt. Probleem is dat de houten drager vaak uit meerdere delen bestaat en het spinthout niet altijd verwijderd werd. Het spint is het laatst levende hout, waarin de groeisappen nog aanwezig zijn, waardoor dit deel van het hout hoog op het menu van de houtworm staat. Zit er ergens in de wijzerplaat een strook spint, dan zal die vaak geheel weggevreten zijn wat breuk van de wijzerplaat tot gevolg heeft. Van een groot aantal meegebrachte wijzerplaten werden de mogelijkheden tot herstel besproken.

Hierna was het tijd om de meegebrachte klokken te bespreken. Henk Valk had twee koekoeksklokken en een achtdaagse klok met bandketting meegebracht. De koekoeksklokken zijn beide gebouwd door de fa. Johann Baptist Beha (1815-1898) te Eisenbach. Het staande exemplaar heeft een veeruurwerk met dubbele snek tussen Holzplatinen. De hangende koekoeksklok laat twee verschillende vogelroepen horen (kwartel en koekoek), hoewel er slechts één vogel uit het deurtje komt. Henk oppert de mogelijkheid dat deze vogel in een identiteitscrisis verkeert. Het komt ons voor dat de vogel een spreeuw is. Dat zijn ware meesters in het imiteren van andere vogels.

Achtdaagse Schwarzwalders met kettingen zijn vrij zeldzaam, met bandketting zijn ze nog zeldzamer. Het uurwerk is gemerkt met de letters MD, ingeslagen in het hout. Henk veronderstelt dat deze initialen staan voor Michael Dilger, maar blijkens de lijst in het boek van Berthold Schaaf waren er twee Dilgers met die voornaam Schildmaler (in het Nederlands: schildenschilder).

Gert Bakker had twee klokken meegebracht, die onderstreepten hoe lastig het is Schwarzwalder klokken te dateren. Hij toonde een uurwerk van een Holzräder Surrer met twee veergongen en een Schottenuhr met glazen bel. Holzräderuhren waren niet alleen de eerstgebouwde klokken in het Zwarte Woud, ze waren later een goedkoop alternatief voor een toch al goedkope klok. Ze werden nog lang gemaakt in de tijd dat holz- en stahlgespindelte klokken al de algemene uitvoering waren. Veergongen werden in het Zwarte Woud pas omstreeks 1830 populair. De Surrer is geen uitvinding uit het Zwarte Woud maar is er wel het meest toegepast. Een Surrer slaat zowel de uren als de kwartieren en is goedkoper dan een dubbel slagwerk. Nadeel van de Surrer is dat de klok ongeveer de dubbele hoeveelheid ketting verbruikt of er zou een zwaarder gewicht met aangepaste overbrenging toegepast moeten worden.

Vanaf circa 1780 toen het gebruik van messing in het Zwarte Woud steeds algemener werd, werden al snel geen glazen bellen meer toegepast terwijl het eerste Schottenuhr pas in 1810 gebouwd zou zijn. Toch lijkt de hele klok origineel.

Nico Jurgens had een koekoeksklok die hem verkocht was als daterend uit 1950. De notenhouten kast verkeert in een dusdanige conditie, dat 1950 niet ongeloofwaardig is, maar de klok bevat een uurwerk met Holzgestell. Zulke uurwerken werden na de Tweede Wereldoorlog weer gebouwd wegens materiaalgebrek, maar het uurwerk van deze klok oogt toch echt veel ouder. De houten vogel spert bij het roepen niet alleen zijn snavel open, maar slaat daarbij met zijn vleugels. Ook dat is een relatief oude uitvoering. De klok zou nog een mariage kunnen zijn, maar de kenners oordeelden tot verrassing van Nico dat de hele klok waarschijnlijk omstreeks 1880 werd gebouwd. Ter vergelijking had Nico een klokje met Schottenuhr meegebracht, dat nog bijna in nieuwstaat verkeert, maar dat waarschijnlijk toch al iets meer dan een eeuw oud is.

De bijeenkomst was zo geanimeerd dat de aangekondigde video er geheel bij ingeschoten is. Die staat alvast op de agenda voor de volgende bijeenkomst.

Hieronder enige foto's.